Geschiedenis

Jiu-Jitsu

Jiu-Jitsu is een Japanse krijgskunst en betekent letterlijk vertaald “zachte kunst”. Kracht is ondergeschikt, het zijn meer de verscheidenheid van grepen, snelheid en list die het mogelijk maken een aanvaller binnen de kortste keren en zo efficiënt mogelijk uit te schakelen of onder controle te houden. Met Jiu-Jitsu leert men zich verdedigen tegen allerhande aanvallen, tegen één of meerdere personen, al dan niet gewapend.

Jiu-Jitsu is een disciplinaire sport die de regelmatige beoefenaar niet alleen in staat stelt zich te verdedigen, maar tevens voor een uitstekende conditie zorgt.Iedereen die over een goede gezondheid beschikt kan Jiu-Jitsu beoefenen. Door zijn enorme variëteit aan technieken is het Jiu-Jitsu uiterst geschikt zowel voor dames, heren als kinderen.

De geschiedenis van het Jiu-Jitsu gaat zeker 3 eeuwen terug. Uit deze krijgskunst zijn later verschillende andere gevechtsmethodes zoals judo en aikido ontstaan. Men zegt dat het Jiu-Jitsu oorspronkelijk uit China komt. Op het einde van de 17e eeuw moet in China – Akijama Shirobei Yashitoki -, een arts van Japanse afkomst, geleefd hebben. Op een bijeenkomst van een religieuze sekte zag Akijama een speciale gevechtsmethode. Hij liet zich inwijden in deze aparte kunst en was deze na geruime tijd eigen. Eén groot probleem bleef hem maar dwarszitten, hij kende de uitwerking van de grepen, maar had zelf nog geen methode om zich te weren wanneer deze grepen op hem toegepast werden.

Toen Akijama in Japan terug was, zag hij hoe de takken van een kerselaar en een wilg verschillend reageerden op de last van een vracht sneeuw die zij torsten. De takken van de kerselaar braken af, terwijl de wilg zijn takken liet afhangen waardoor de sneeuw eraf gleed. Akijama had nu de oplossing voor zijn probleem: “meegeven om te overwinnen”. Met deze gedachte als uitgangspunt gelukte het hem weldra om zich uit de moeilijkste grepen te bevrijden. Vooral de Samurai gingen zich in deze kunst bekwamen, want indien zij ontwapend werden moesten ze zich met de blote hand kunnen verdedigen. Ongeveer 200 jaar hebben deze het Jiu-Jitsu in hun kaste geheim gehouden. Omstreeks 1868 kwam voor Japan het einde van hun feodaal stelsel. Oude zeden, instellingen en gebruiken werden verworpen. Veel Samurai gingen toen om in hun levensonderhoud te voorzien, les geven in Jiu-Jitsu. Al snel werd het Jiu-Jitsu een nationale sport in Japan. Pas op het einde van de 19de eeuw maakte de rest van de wereld kennis met het Jiu-Jitsu.

Clubgeschiedenis

Jiu-Jitsu Club Yukio Tani Aalst werd opgericht op 6 maart 1987, door Leslie Ottoey met een handvol leerlingen. Twee maand later werd gestart met jeugdtrainingen en na anderhalf jaar waren er reeds 100 actieve leden. Sindsdien zakte het ledenaantal nooit onder de 100 en waren er pieken tot 140. Ook op organisatorisch vlak werd er goed werk geleverd. De club nam regelmatig deel aan vele sportieve activiteiten van de stad Aalst, gaf cursussen zelfverdediging en verzorgde tal van demonstraties en initiatielessen voor de Aalsterse schoolgaande jeugd. Tevens werden reeds 3 kinderstages en 15 Internationale Jiu-Jitsu stages georganiseerd, waarbij tot 350 deelnemers aanwezig waren. Tot vandaag zijn er 30 zwarte gordels gevormd, waarvan 4 onder hen de leiding over een eigen club hebben. Yukio Tani Aalst werd verkozen tot sportlaureaat van de stad Aalst in 1990, 1994, 1995 en 2016.